Rio2016; hadden we er meer van verwacht?

Tijdens de Olympische Spelen van 2008 en 2012 was ik (in elk geval voor een deel) in het buitenland. Weinig tot niets van gezien dus, want ik had wel andere dingen om te zien. Maar dit jaar ben ik gewoon thuis. Lekker veel kijken dus, want ik mag graag naar sport kijken.

En ‘we’ gaan heel veel medailles winnen volgens de mensen die het weten kunnen. Bij judo, handboogschieten, zwemmen, wielrennen en atletiek is een groot aantal gouden plakken een zekerheidje. En daar komt vast nog wel het een en ander bij. Het worden er in elk geval meer dan in Londen en misschien wel meer dan in Sydney, waar we blijkbaar heel goed gescoord hebben (ik moet eerlijk zeggen, dat was in het jaar 2000, ik heb het niet meer volledig op mijn netvlies…).

We beginnen op zaterdag met wielrennen op de weg. Voor de mannen. Geen medaille. Maar de tijdrit komt nog, dus geen paniek. Paniek is er wel op zondag tijdens de wegwedstrijd voor vrouwen. En terecht, want Annemiek van Vleuten, op koers voor goud, valt in de afdaling en blijft in een akelige houding liggen. Anna van Breggen wint de eerste gouden plak voor Nederland op dit onderdeel en mag er gelukkig ook ‘gewoon’ blij mee zijn: haar TeamNL-genote blijkt er redelijk goed vanaf gekomen en zal in elk geval volledig herstellen.

Dan volgt tennis, judo, zwemmen… Elke ochtend hoor ik op de radio dat er die dag toch echt heel veel kans is op goud. En ook elke dag hoor ik vervolgens: ‘dat we er toch iets meer van verwacht hadden’. Want zo heel veel medailles halen we – zeker die eerste week – niet. Wel een paar, maar óf ze zijn volkomen onverwacht, óf het is niet de kleur (goud) waar we min of meer op gerekend hebben.

Ondertussen volg ik de prestaties van de Nederlanders. Overdag via de radio, vanaf een uur of zes op tv (haakt zo heerlijk weg) en ’s nachts… Nee, ik zet geen wekker. Er moet immers wel gewoon gewerkt worden. Maar ik kan het niet laten om af en toe wel mijn oordopjes in te doen, even te luisteren en dan weer in slaap te vallen.

We winnen geheel onverwachte medailles. Op de  Keirin. Fantastisch goud voor Elis Ligtlee en zilver voor Matthijs Büchli. Ik moet de namen opzoeken als ik dit tik, maar wat waren ze goed! Twee medailles voor tien kilometer zwemmen in heel vies water. Goud voor een prachtig meisje dat wonderlijke dingen doet op een evenwichtsbalk. Geen goud voor de Lord of the Rings, want die zit al weer thuis, en nee, ook niet voor Epke. Of voor Dafne of Churandy. De laatste krijgt overigens van mij goud voor zijn optimisme en ik hoop met heel mijn hart dat hij een sponsor vindt en nog door mag voor Tokyo.

Het haakt zo lekker weg…

Ik geniet: twee weken lang. Van al die sporters die in Rio zo verschrikkelijk hun best doen. Alleen al het feit dat ze er zijn is knap, want ons NOC*NSF stelt bepaald niet malse eisen aan deelname.

Hoe komt het toch dat ‘we’ denken dat we zo vreselijk goed zijn dat we alles kunnen winnen? Want geloof me: die duizenden sporters uit andere landen staan er ook niet voor niks. Die kunnen ook wel iets. Ook zij hebben jaren getraind, afgezien en geknokt om in Rio te komen!

Het allerleukst om naar te kijken vind ik persoonlijk de team(bal)sporten. Ook daar valt maar één medaille te vieren. ‘Slechts’ zilver voor de hockeyvrouwen. En oh ja, brons voor de beachvolleyballers, da’s ook een team en die doen het ook met een bal. Maar wat was het een feest om naar te kijken! En wat is er geknokt voor elk punt!

We eindigen met 19 medailles. Ik doe het er voor. Want het is wel mooi het hoogste aantal medailles per inwoner op de hele wereld. Zo. Als je dat maar weet.

Penny kijkt mee

Uw e-mail bericht wordt niet gepubliceerd. Naam en e-mail velden zijn verplicht

een × 2 =