De dag na de operatie

Het is de dag na de operatie en nee, het gaat (nog) niet echt veel beter. Ik heb ’s nachts hazenslaapjes gedaan en geprobeerd braaf te drinken. Voor elk toiletbezoek moet ik de verpleegkundige bellen, om de apparatuur los te koppelen. Ik heb wat koorts gekregen, niet te veel om me zorgen om te maken (aldus de verpleging), maar wel genoeg om met niet beter te voelen. ‘Probeer een beetje bouillon, of ranja’, wordt me geadviseerd. ‘Ga even lekker op een stoel zitten!’ Maar ik wil alleen maar liggen; er is één houding die een beetje acceptabel is en de rest doet alleen maar pijn. De bouillon wil ik wel proberen, maar alleen de geur ervan maakt me heel misselijk. Het blijft nog even bij water.

Ik probeer wel steeds even te lopen en gelukkig mag in de loop van de dag ook die rare ziekenhuisonderbroek uit. Inmiddels heb ik pakken informatie gekregen over de aanpak thuis. Uitleg van de apotheker over de nieuwe en/of veranderde medicijnen en over hoe ik mezelf 28 dagen moet prikken tegen trombose. Voor de eerste periode krijg ik de medicijnen meteen mee, met de herhaalrecepten. Plus een containertje voor de gebruikte spuiten en een ontnieter voor de huisarts. Want over acht dagen moeten de nietjes uit de vijf kleine wondjes worden gehaald en het is gebruikelijk dat de huisarts dat doet.
Ik wil heel graag naar huis. Maar als ik er aan denk wat er dan allemaal moet gebeuren breekt het koude zweet me uit. Want dan zal ik toch iets van kleding aan moeten. Hoe krijg ik dat aan? En hóe kom ik naar de auto? Hoe kom ik erin? Hoe ga ik drie kwartier in die auto zitten? Hoe kom ik thuis de trap op? Maar hier blijven is ook geen optie: er is geen medische reden voor en bovendien lonkt mijn eigen bed!
We pakken mijn spullen in het koffertje en besluiten dat mijn pyjama, met een lekker vest erover, maar voldoende moet zijn. Voor alle zekerheid gaat er ook een spuugbakje mee… Ik word door een van de verpleegkundigen in een rolstoel naar de auto gereden. Als we op het punt staan weg te rijden gaat René’s telefoon: of ik mijn infuusnaaldje nog in heb? Ja dus! In alle drukte en gedoe zijn we dat compleet vergeten. Er komt een verpleegkundige naar de auto gerend (van de zesde verdieping naar de parkeergarage) en vakkundig verwijdert ze het naaldje. Dan kunnen we gaan.
Waarbij ik hier dan meteen weer wil opmerken hoe geweldig de mensen zijn die in het Rijnstateziekenhuis werken. Overal hangen (terecht) protestboodschappen over overwerkt zijn en onderbetaald worden, maar als patiënt heb ik er niets van gemerkt. Iedereen is even lief en zorgzaam. Ook bij deze operatie heb ik me heel goed behandeld gevoeld, zowel letterlijk als figuurlijk. De mensen in de zorg zijn mijn helden!
De rit naar huis valt me niet mee, maar ook niet extreem tegen. En als ik dan thuis de trappen heb gehaald en in mijn eigen heerlijke bed lig, ben ik even de gelukkigste mens op aarde!

De pijn is in de loop van de dag wel wat minder geworden, maar nog niet heel veel (de vrachtwagen is weg, zeg maar, maar heeft zijn sporen nagelaten) en ik moet er inderdaad nog niet aan denken om iets anders te drinken dan water. Gewoon liggen, in het donker, zonder al te veel geluid. Het is in elk geval beter dan gisteren. Morgen een nieuwe dag en ja, dan gaat het vast beter!

One thought on “De dag na de operatie

  1. Karin Rutgers

    december 19, 2019 at 7:02pm

    Sterkte Monica, het wordt vast beter

Uw e-mail bericht wordt niet gepubliceerd. Naam en e-mail velden zijn verplicht

vijf × 2 =