Fatshaming

Fatshaming: het is de laatste tijd nogal in het nieuws. In columns, op Social Media, in TV- en Radio-programma’s (de serieuze en de minder serieuze) vertellen (vooral) vrouwen hoe ze met regelmaat worden gekwetst door het beeld dat anderen van hen hebben. Mensen met overgewicht zijn lui, incompetent, onaantrekkelijk en zwak. En natuurlijk is het hun eigen schuld dat ze dik zijn. Ik ben bepaald niet lui en ook zeker niet incompetent. En ik heb ook niet het gevoel dat mensen om mij heen dat vinden.


Ik heb een prachtig gezin, dat niet alledaags te noemen is, en waar ik heel trots op ben. Ik heb een fijne baan, doe veel en leuk vrijwilligerswerk en heb een groot sociaal netwerk. Geen collega, of iemand in dat netwerk heeft me ooit aangesproken op mijn gewicht. Ik voel me gewaardeerd om wie ik ben en wat ik doe. Zelf spreek ik mijn eigen ik wel degelijk aan op dat gewicht: ik ben ervan overtuigd dat ik mijn kilo’s er zelf heb ‘aangegeten’. Vaak om zorgen en verdriet weg te eten (ik heb wel eens verzucht: ‘Als ik van alle zorgen geen hap door mijn keel zou kunnen krijgen, zou ik een te laag BMI hebben,’); ook omdat ik gewoon enorm van lekker eten (en wijn) houd.

Ik ben niet blij met mijn gewicht. Het beperkt me in het kopen van kleding, ik voel me er niet aantrekkelijk door (tja…) en ik krijg langzamerhand ook lichamelijke klachten. Mijn knieën en rug doen niet meer wat ik wil en het woord conditie komt eigenlijk in mijn woordenboek niet meer voor. Een fijne wandeling is een activiteit uit een verleden; een dagje dierentuin of pretpark niet echt een pretje. Ik baal ervan dat ik in een vliegtuig moet vragen om een extra stukje veiligheidsgordel, dat ik vaak niet in (terras)stoelen met een leuning pas en dat veters strikken een lastige exercitie geworden is.


Hoe je het ook wendt of keert: mijn gewicht valt in de categorie Morbide Obesitas en dat is bepaald geen garantie voor een lang en gezond leven. Dus geef ik het na jaren nadenken en dubben toe: ja, er moeten heel veel kilo’s af en nee, dat gaat me zelfstandig niet meer lukken. Dat vind ik behoorlijk gênant, want ook in mijn hoofd zit het idee dat het toch gewoon een kwestie van wilskracht is als je wilt afvallen. Ik weet heel goed dat inmiddels wetenschappelijk bewezen is dat het niet zo werkt; sommige mensen gaan meer eten bij stress (veroorzaakt door het hormoon cortisol, dat voor meer trek zorgt) en bij ernstig overgewicht is de kans dat je het er zelf afkrijgt met lijnen en sporten – en dat ook weet vol te houden – niet meer dan een schamele 5%. Toch zegt dat stemmetje in mijn hoofd: wat een sukkel ben je, dat je dat niet zelf kan. En het zegt ook: je laat toch niet snijden in een gezond lichaam? Terwijl ik heus wel weet dat een lijf als het mijne niet meer valt in de categorie ‘gezond lichaam’; het feit dat ik relatief weinig gezondheidsklachten heb ten spijt.

Als in januari van dit jaar het traject definitief in gang lijkt te zijn gezet (en ik nog niet weet dat er een aantal gemene cellen in mijn lijf al een tijdlang aan het woekeren is en zich nog niet hebben laten betrappen tijdens het bevolkingsonderzoek), vraag ik me af hoe ik het wereldkundig ga maken. Want hoezeer ik ook achter mijn beslissing sta; ik maak me wel wat zorgen om de reacties. Daarover later meer!

Uw e-mail bericht wordt niet gepubliceerd. Naam en e-mail velden zijn verplicht

19 − 3 =